ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ5762
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Broer onrechtmatig jegens zus door onvoldoende verantwoording over moeder’s giften en vermogen
Broer en zus zijn erfgenamen van hun moeder die in 2006 overleed zonder testament. De moeder woonde van 1997 tot haar overlijden in een verzorgingshuis en verkocht in 1997 haar woning. De moeder gaf aanzienlijke bedragen weg aan goede doelen via de bankrekening van de broer, die volmacht had maar nooit gebruikte. De zus vordert betaling wegens ongerechtvaardigde verrijking en inzage in de administratie.
De broer verklaarde dat de moeder grote giften deed aan buitenlandse goede doelen, waarbij het geld via zijn rekening werd overgemaakt en contant werd gestort op de goede doelen. Hij kon echter geen bewijsstukken overleggen. De rechtbank achtte zijn verklaring ongeloofwaardig, mede door inconsistenties over het adres op acceptgiro’s en het ontbreken van bewijs van stortingen.
De rechtbank oordeelde dat de broer onrechtmatig had gehandeld jegens de zus door geen verantwoording af te leggen over de giften, waardoor de zus nadeel leed in haar erfdeel. De vordering tot betaling van de helft van het bedrag (€24.384,13) werd toegewezen met wettelijke rente vanaf een half jaar na het overlijden van de moeder. De overige vorderingen tot inzage en rekening en verantwoording werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en bevoegdheidskwesties. De broer werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Broer wordt veroordeeld tot betaling van €24.384,13 wegens onrechtmatige daad en tekortschietende verantwoording over giften van moeder.