ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ5386
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijdrage man in kosten verzorging en opvoeding minderjarige zonder draagkrachtberekening
Partijen zijn verdeeld over de verblijfsregeling en de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De rechtbank stelt vast dat het kind bij de man verblijft volgens een regeling van een weekend per veertien dagen, dinsdag overdag aansluitend op het weekend, de andere week maandag- en dinsdagavond, en de helft van vakanties en feestdagen.
De rechtbank weegt mee dat het kind het onrustig vindt om op zondag bij de man te verblijven en direct maandagavond weer terug te keren, mede omdat de vrouw op maandag werkt. Het vervoersprobleem op dinsdagochtend blijft voor rekening van de man. De rechtbank acht regelmatige omgang van belang, vooral gezien de leeftijd van het kind.
Wat betreft de bijdrage in de kosten wordt vastgesteld dat partijen vergelijkbare netto-inkomens hebben, rond €2.300 per maand. De totale behoefte van het kind wordt geraamd op €720 per maand. De rechtbank bepaalt dat elk de helft van de kosten betaalt, waarbij de verblijfskosten bij de man forfaitair worden begroot en in mindering worden gebracht op zijn bijdrage. Dit leidt tot een maandelijkse betaling van €314 door de man aan de vrouw, met ingang van 1 juli 2009.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en legt deze regeling op als voorlopige voorziening in het kader van het lopende geding.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 juli 2009 €314 per maand betalen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige.