ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ5332
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Roessingh-Bakels
- Prisse
- Feraaune
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij handel in cocaïne
De rechtbank Zutphen heeft op 14 augustus 2009 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had ingesteld tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor handel in cocaïne. De behandeling vond plaats op 28 april en 31 juli 2009.
De officier van justitie had aanvankelijk een vordering van €836.814,-- ingediend, maar deze was gematigd tot €15.762,52 op basis van een tussen partijen bereikte schikking. De raadsman van de veroordeelde bevestigde schriftelijk dat deze overeenstemming was bereikt en dat afstand was gedaan van conservatoir beslag.
De rechtbank achtte voldoende aannemelijk dat de veroordeelde met de handel in cocaïne een wederrechtelijk voordeel had behaald en schatte dit voordeel op €29.725,-- over de periode van 1 juli 2007 tot en met 13 januari 2009. Gezien de schikking matigde de rechtbank het te betalen bedrag aan de staat tot €15.762,52. De beslissing werd genomen op basis van het strafdossier, proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel en aanvullend proces-verbaal ontnemingen.
Uitkomst: De veroordeelde moet €15.762,52 betalen aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.