ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ3153
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- De Bie
- Van den Dungen-Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens schending beginselen behoorlijke procesorde bij vervolging politieman
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen een politieman die werd verdacht van het lekken van informatie uit een politieonderzoek naar de moord op Gert Nijkamp. Het Openbaar Ministerie had besloten tot vervolging, maar de verdediging stelde dat deze vervolgingsbeslissing niet door de betrokken officier van justitie had mogen worden genomen vanwege haar nauwe betrokkenheid bij het oorspronkelijke politieonderzoek.
De officier van justitie was als rechercheofficier nauw betrokken geweest bij het Crickonderzoek, het politieonderzoek naar de moord, en werkte intensief samen met het politieteam waar de verdachte deel van uitmaakte. Deze nauwe samenwerking, aangeduid als een “close working relationship”, bracht volgens de rechtbank een onwerkbare en ondoorzichtige situatie met zich mee, waardoor de objectiviteit en onpartijdigheid van de vervolgingsbeslissing niet gewaarborgd waren.
De rechtbank baseerde zich op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin werd benadrukt dat een officier van justitie die te nauw verbonden is met het politieteam niet zelfstandig een vervolgingsbeslissing tegen een lid van dat team mag nemen. De rechtbank concludeerde dat de vervolgingsbeslissing in deze zaak in strijd was met de beginselen van een behoorlijke strafprocesorde.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vervolging tegen de politieman. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld, maar dat de vervolging is afgewezen op procedurele gronden.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de politieman vanwege schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.