ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ2936
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Varenhorst
- Hödl
- Follender Grossfeld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij ontvoering en mishandeling in familieruzie
Op 22 maart 2009 vond in de regio Zutphen een incident plaats waarbij het slachtoffer werd meegenomen en mishandeld. De hoofdverdachte en twee medeverdachten werden beschuldigd van wederrechtelijke vrijheidsberoving en zware mishandeling. De officier van justitie baseerde de tenlastelegging op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en medische rapporten.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer niet betrouwbaar waren en dat het letsel niet overeenkwam met de beschrijving van het vermeende geweld. Ook werd betoogd dat er geen sprake was van een gezamenlijke opzet tot geweldpleging en dat de verdachte hooguit behulpzaam was bij noodweerhandelingen.
De rechtbank oordeelde dat de wederrechtelijke vrijheidsberoving onvoldoende aannemelijk was, mede vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van verzet door het slachtoffer. Ook was niet overtuigend bewezen dat de verdachte en medeverdachten gezamenlijk zware mishandeling hadden gepleegd. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn schadevordering vanwege het ontbreken van een veroordeling. De voorlopige hechtenis van de verdachte werd eerder opgeheven. Het vonnis werd uitgesproken op 17 juli 2009 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving en zware mishandeling.