ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ2933
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Varenhorst
- Hödl
- Follender Grossfeld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor wederrechtelijke vrijheidsberoving en veroordeling voor zware mishandeling na familieruzie
Op 22 maart 2009 vond in de omgeving van Zutphen en Lochem een incident plaats waarbij verdachte betrokken was bij een familieruzie die leidde tot een vermeende wederrechtelijke vrijheidsberoving en zware mishandeling van het slachtoffer. Het slachtoffer verklaarde onder dwang naar een auto te zijn gebracht en mishandeld te zijn, waarbij zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, waaronder een gebroken middenhandsbeentje en een hersenschudding.
De rechtbank beoordeelde de verklaringen van het slachtoffer, getuigen en verdachten kritisch. De verklaringen over de vrijheidsberoving bleken tegenstrijdig en onvoldoende aannemelijk, mede door het ontbreken van verzet en hulpoproepen door het slachtoffer en getuigen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Ten aanzien van de zware mishandeling oordeelde de rechtbank dat verdachte het slachtoffer meermalen heeft geslagen en geschopt, waarbij het slachtoffer een mes trok richting een medeverdachte. De rechtbank achtte de aanwezigheid van het mes aannemelijk en concludeerde dat verdachte handelde uit noodweer, maar dat het geweld buitenproportioneel was en het beroep op noodweerexces werd verworpen. Verdachte werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding. De rechtbank kende de materiële schade toe, maar verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk voor de immateriële schade wegens onvoldoende onderbouwing en de complexiteit van de onderliggende familieproblematiek.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van wederrechtelijke vrijheidsberoving en veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor zware mishandeling.