ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ2377
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot alsnog horen van getuigen in civiele procedure over verzekeringsaanvraag
In deze civiele procedure vordert eiser bewijslevering omtrent een vraag die zou zijn gesteld door gedaagde sub 1 over een strafrechtelijk verleden binnen acht jaar voorafgaand aan het aangaan van verzekeringen. Eiser zag aanvankelijk af van het horen van getuigen, maar wenste dit later alsnog. De rechtbank oordeelt dat het fundamentele recht op getuigenbewijs begrensd wordt door de eisen van een goede procesorde en dat het verzoek van eiser niet wordt gehonoreerd omdat hij geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoert.
De rechtbank neemt het standpunt van eiser dat de tussenpersoon een eigen verantwoordelijkheid heeft tegenover de verzekeringsnemer en verzekeraar niet over en wijst de vorderingen af. Omdat eiser heeft afgezien van bewijslevering, wordt ervan uitgegaan dat de vraag wel is gesteld en dat gedaagden zorgvuldig hebben gehandeld bij het invullen van de aanvraagformulieren.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €7.598,00, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen en op 15 juli 2009 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek van eiser tot alsnog horen van getuigen wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.