ECLI:NL:RBZUT:2009:BH4779

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
25 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/1989, 1990, 2011 en 2012 AFSTHF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.P. van Baaren
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 229 GemeentewetArt. 216 GemeentewetArt. 10.21 Wet milieubeheerArt. 15.33 Wet milieubeheer
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering afvalstoffenheffing wegens te verre aanbiedingsplaats in 2006

Belanghebbenden moesten in 2006 hun huishoudelijke afvalstoffen aanbieden op ongeveer 90 meter van hun woning, wat verder was dan wenselijk. Vanaf 7 oktober 2007 werd de aanbiedingsplaats dichterbij gelegd. De rechtbank stelt vast dat de gemeente Apeldoorn in beide jaren aan haar inzamelverplichting heeft voldaan, maar oordeelt dat voor 2006 alleen het vaste deel van de heffing verschuldigd is en voor 2007 het vaste deel plus een evenredig deel van het variabele tarief.

De aanslagen voor 2006 en 2007 waren gebaseerd op de gemeentelijke verordening afvalstoffenheffing en de Wet milieubeheer. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en de feitelijke situatie ter plaatse en concludeert dat het feit dat de aanbiedingsplaats in 2006 verder dan 75 meter lag geen reden is om de inzamelplicht als niet nagekomen te beschouwen.

Wel had de gemeente in 2006 al een dichterbij gelegen locatie kunnen aanwijzen, wat zij pas in 2007 deed. Daarom worden de beroepen gegrond verklaard, de aanslagen verminderd en het betaalde griffierecht aan eisers vergoed.

Uitkomst: De aanslagen afvalstoffenheffing 2006 en 2007 worden verminderd vanwege een te verre aanbiedingsplaats in 2006.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Enkelvoudige belastingkamer
Reg.nrs.: 07/1989, 1990, 2011 en 2012 AFSTHF
Uitspraak in het geding tussen:
[eisers]
te Apeldoorn,
eisers,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Apeldoorn
verweerder.
1. Procesverloop
Aan eisers is voor het jaar 2006, met dagtekening 28 februari 2007 en aanslagnummer [nummer], een definitieve aanslag afvalstoffenheffing opgelegd van € 150,50 voor het vaste deel en € 146,15 voor het variabele deel. Tevens is aan eisers voor het jaar 2007, met dagtekening 28 februari 2007 en genoemd aanslagnummer, een voorlopige aanslag afvalstoffenheffing opgelegd van € 157,62 voor het vaste deel en € 155,80 voor het variabele deel.
Bij uitspraken op bezwaar van 3 oktober 2007 (Bel/148665) heeft verweerder het door eisers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eisers hebben daartegen bij brief van 5 november 2007 beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.
De beroepen zijn behandeld ter zitting van 16 december 2008, waar eiseres [eiser] is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J. Boone en R.F. Muys.
2. Motivering
2.1 De heffingen zijn gebaseerd op de door de raad van de gemeente Apeldoorn vastgestelde Verordening afvalstoffenheffing 2006 en Verordening afvalstoffenheffing 2007. De bevoegdheid tot vaststelling van deze verordening ontleent de raad aan artikel 229, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 216 van Pro de Gemeentewet.
2.2 Ingevolge artikel 10.21 van de Wet milieubeheer (Wmb) dragen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders, voor zover van belang, er zorg voor dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan.
Artikel 15.33 van de Wmb bepaalt, voor zover van belang, dat de gemeenteraad ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 Wmb een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2.3 De rechtbank stelt vast dat eisers, die wonen aan de [adres] 702, met ingang van
27 april 2006 hun huishoudelijke afvalstoffen hebben moeten aanbieden op ongeveer 90 meter van hun woning (aan het einde van een zijtak van de [adres] ter hoogte van huisnummers 711 en 549). Vanaf 7 oktober 2007 hebben eisers hun huishoudelijke afvalstoffen kunnen aanbieden op een dichter bij gelegen plaats (ter hoogte van huisnummers 708 en 709).
Mede gelet op een uitspraak van 15 februari 1984 (BNB 1984/154) van de Hoge Raad en een uitspraak van 3 april 2008 van het Gerechtshof Leeuwarden (LJN: BC8962), alsook gelet op de door verweerder ter zitting gegeven toelichting bij de gebruikte vuilniswagen en de (veiligheids-)situatie ter plaatse, ziet de rechtbank, anders dan aangevoerd, in het enkele feit dat eisers in een relevante periode hun huishoudelijk afval hebben moeten aanbieden op een plaats verder dan 75 meter van hun woning geen grond voor het oordeel dat reeds daarom niet is voldaan aan de inzamelplicht, als bedoeld in artikel 10.21 van de Wmb. Verweerder heeft eisers, als gebruikers van het perceel [adres] 702, terecht als belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing aangemerkt.
Nu de gemeente echter met ingang van 7 oktober 2007 ter hoogte van huisnummers 708 en 709 een inzamelvoorziening tot stand heeft gebracht, moet worden geoordeeld dat zij tot een dichterbij gelegen locatie had kunnen en moeten besluiten dan de voordien aangewezen aanbiedplaats. De rechtbank ziet daarin aanleiding het beroep in zoverre gegrond te verklaren en te bepalen dat de uitspraken op bezwaar en de aanslagen afvalstoffenheffing dienen te worden vernietigd, voor zover betrekking hebbend op het variabele deel. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien en stelt het variabele deel van de aanslagen, tot 1 november 2007, op nihil. De definitieve aanslag afvalstoffenheffing 2006 wordt aldus vastgesteld op € 150,50 (vast tarief) en de voorlopige aanslag afvalstoffenheffing 2007 wordt vastgesteld op € 157,62 (vast tarief) vermeerderd met 2/12 x € 155,80 (variabel deel) is € 183,58.
2.4 Gelet op het vorenstaande zijn de beroepen gegrond. Niet is gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Wel bestaat aanleiding te bepalen dat het door eisers betaalde griffierecht wordt vergoed.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar alsmede de daarbij gehandhaafde aanslagen;
- vermindert de definitieve aanslag afvalstoffenheffing 2006 tot € 150,50;
- vermindert de voorlopige aanslag afvalstoffenheffing 2007 tot € 183,58;
- gelast dat de gemeente Apeldoorn het in totaal door eisers betaalde griffierecht van
€ 78,-- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. R.P. van Baaren en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2009 in tegenwoordigheid van mr. M.P. Schutte als griffier.