ECLI:NL:RBZUT:2009:BH2453

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
5 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/2276 en 08/2277
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N.K. van den Dungen-Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening aanleg houtwallen en vijver wegens ontbreken spoedeisend belang

Op 21 oktober 2008 heeft een derde-partij een aanlegvergunning aangevraagd voor houtwallen en een vijver op een perceel in de gemeente Borculo. De vergunning werd op 25 november 2008 verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland. Verzoekers dienden bezwaar in en vroegen om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekers tegen de aanleg van de houtwallen en vijver op zich geen bezwaar hadden. Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang en het feit dat de aanleg geen onomkeerbare situatie creëert, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd benadrukt dat de rechtmatigheid van het besluit niet aan de orde was in deze voorlopige voorziening.

De aanleg van de vijver en houtwallen kan relatief eenvoudig worden verwijderd indien het primaire besluit in bezwaar wordt herroepen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Voorzieningenrechter
Reg.nrs.: 08/2276 en 08/2277
Uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening in het geding tussen:
1.[verzoeker A] en [verzoekster B], en
2.[verzoeker C] en [verzoekster D]
verzoekers, te [plaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland,
verweerder,
[naam A] en [naam B],
derde-partij, te [plaats].
1. Procesverloop.
Op 21 oktober 2008 heeft de derde-partij een aanlegvergunning aangevraagd voor de aanleg van houtwallen en een vijver op het perceel kadastraal bekend gemeente Borculo, [kadastrale nummers] en plaatselijk bekend [adres A-B te plaats].
Bij besluit van 25 november 2008 (kenmerk: BJ/17450) heeft verweerder de gevraagde aanlegvergunning verleend, onder de in de bij het besluit behorende memo gestelde voorwaarden.
Tegen dit besluit hebben verzoekers een bezwaarschrift ingediend. Bij afzonderlijke brieven van 22 december 2008 is verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening die strekt tot schorsing van het bestreden besluit.
De verzoeken zijn behandeld ter zitting van 3 februari 2008, waar de verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde mr. S. Lemhour, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
S.A. van der Spek en ing. J.L. van Eijk, ambtenaren van de gemeente. Voorts is de
derde-partij verschenen, bijgestaan door mr. E.T. de Jong, advocaat te Arnhem.
2. Motivering
Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Uit de stukken en het verhandelde is de voorzieningenrechter gebleken dat verzoekers tegen de bij het bestreden besluit vergunde aanleg van houtwallen en vijver op zichzelf geen bezwaar hebben. Gelet op deze vaststelling kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden gezegd dat het belang van verzoekers door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit zodanig wordt geraakt dat, in aanmerking genomen het belang van derde-partijen, bij tenuitvoerlegging van dat besluit, het treffen van een voorlopige voorziening thans is vereist. Van een spoedeisend belang als bedoeld in voormeld artikel 8:81 van Pro de Awb is dan ook geen sprake.
Dat verzoekers bezwaren hebben tegen de plannen van de derde-partij om op het in geding zijnde perceel een recreatiepark op te richten, en dat de vijver en de houtwallen ten behoeve van dat park zouden worden aangelegd, leidt niet tot een ander oordeel. Ter zitting is desgevraagd door verweerder meegedeeld dat de plannen voor een recreatiepark bij verweerder wel bekend zijn doch dat voor de oprichting daarvan nog geen (concrete) plannen zijn ingediend en ook nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden.
De voorzieningenrechter acht het voorts van belang dat met de aanleg van de vijver en houtwallen geen onomkeerbare situatie ontstaat. Indien en voor zover het primaire besluit in bezwaar mocht worden herroepen kunnen de -achteraf- zonder de vereiste aanlegvergunning gerealiseerde werken relatief eenvoudig worden verwijderd.
De voorzieningenrechter overweegt uitdrukkelijk dat met het gegeven oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang in de zin van voormelde wetsbepaling aan de toetsing van de rechtmatigheid van het bestreden besluit niet kan worden toegekomen. Indien de derde-partij met de aanleg van de vijver en houtwallen begint zonder de beslissing op bezwaar af te wachten, doet zij zulks op eigen risico.
Gelet op het vorenstaande moet het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.
Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten zodat beslist moet worden als hierna is aangegeven.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op
5 februari 2009 in tegenwoordigheid van mr. F.S. Zwerwer als griffier.