ECLI:NL:RBZUT:2009:BH2246
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Mei
- Hemrica
- Van de Wetering
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vader wegens ontucht met minderjarige dochters wegens gebrek aan overtuigend bewijs
Verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn twee minderjarige dochters over een periode van 2001 tot 2006, waaronder betasten en seksuele handelingen. De aangiften kwamen van de dochters zelf, maar er waren geen andere getuigen die de beschuldigingen konden bevestigen.
De verklaringen van de dochters waren inconsistent en onderling tegenstrijdig. Daarnaast trok een belangrijke getuige zijn eerder belastende verklaring in en gaf aan deze onder druk te hebben afgelegd. Verdachte ontkende de beschuldigingen stellig en gaf aan dat de aangifte voortkwam uit familiale spanningen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de tenlastegelegde feiten had gepleegd. Ook werden bepaalde handelingen, zoals het scheren van de bikinilijn, niet als ontuchtig gekwalificeerd zonder nadere bewijsvoering.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd gedaan na terechtzittingen in april 2008 en januari 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met zijn minderjarige dochters.