ECLI:NL:RBZUT:2008:BG3945
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Roessingh-Bakels
- Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel vastgesteld op 2.500 euro
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak waarbij de veroordeelde was veroordeeld voor handel in harddrugs. Het Openbaar Ministerie had een ontnemingsvordering ingediend van 4.570,56 euro, maar wijzigde deze ter zitting naar 2.500 euro, gebaseerd op de verklaring van de veroordeelde dat hij dit bedrag had verdiend met drugshandel.
De raadsman van de veroordeelde voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vernietiging van tapverslagen die essentieel waren voor het verweer tegen de hoogte van de vordering. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat de verklaring van de veroordeelde voldoende bewijs vormde voor het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Verder wees de rechtbank het verzoek tot aanhouding van de zaak af, omdat het niet waarschijnlijk was dat een getuige binnen redelijke termijn kon worden gehoord. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 2.500 euro en legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.
De rechtbank erkende dat het betreurenswaardig was dat tapgegevens waren vernietigd terwijl er nog een ontnemingsvordering liep, maar achtte dit niet doorslaggevend voor het oordeel. Er werd geen draagkrachtverweer gevoerd en de civielrechtelijke verhouding tussen veroordeelde en medeverdachte bleef buiten beschouwing.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van € 2.500,- aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.