ECLI:NL:RBZUT:2008:BF7626
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Gilhuis
- Van der Mei
- Davids
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid bij poging tot moord en mishandeling
Op 31 maart 2008 heeft verdachte in Apeldoorn geprobeerd [slachtoffer] met een mes te doden door meerdere steken en zwaaibewegingen gericht op de borst- en hartstreek. Daarnaast heeft verdachte mishandeling gepleegd door te bijten, slaan, krabben en met een glas te slaan, waardoor [slachtoffer] letsel opliep.
De rechtbank baseert haar oordeel op verklaringen van verdachte en slachtoffer, proces-verbaal van aangifte, sporenonderzoek en foto’s van het letsel. Verdachte heeft verklaard dat zij [slachtoffer] wilde vermoorden en het mes heeft gepakt om hem in het hart te steken. De rechtbank acht het bewezen dat sprake is van poging tot moord met voorbedachten rade en mishandeling.
Psychiatrische rapporten van een psychiater en psycholoog concluderen dat verdachte ten tijde van het feit leed aan een paranoïde psychotische stoornis en daardoor ontoerekeningsvatbaar was. De psychose is inmiddels verdwenen, maar een borderline persoonlijkheidsstoornis blijft. De rechtbank volgt deze conclusies en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.
De rechtbank legt geen maatregel tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis op omdat de psychose is verdwenen en ambulante behandeling volstaat. In beslag genomen mes en medicijnen worden onttrokken aan het verkeer, terwijl een badjas wordt teruggegeven. De rechtbank acht de strafrechtelijke beslissing passend bij de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid, zonder opname in psychiatrisch ziekenhuis.