ECLI:NL:RBZUT:2008:BF7622
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing echtscheidingsverzoek met nevenvoorziening verdeling huwelijksgoederengemeenschap ondanks betekeningproblemen in Rusland
De rechtbank Zutphen behandelde een echtscheidingsverzoek waarbij de wederpartij in Rusland woont en de betekening van het verzoekschrift aan haar onzeker was vanwege het uitblijven van een verklaring van de Russische centrale autoriteit. Het verzoekschrift was tijdig betekend aan de Nederlandse bevoegde autoriteit, die pas ruim een jaar later een aanvraag tot betekening in Rusland deed. Na zes maanden zonder bericht van de Russische autoriteit besloot de rechtbank op grond van artikel 10 van Pro de Uitvoeringswet Haags Betekeningsverdrag 1965 toch een beslissing te nemen.
De rechtbank stelde vast dat de man de Nederlandse en de vrouw de Russische nationaliteit heeft, en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van EG Verordening 2201/2003 omdat de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten in Nederland was en een van hen nog steeds in Nederland verblijft. De rechtbank oordeelde dat het verzoekschrift op de juiste wijze was toegezonden en dat de man voldoende pogingen had ondernomen om de vrouw op de hoogte te stellen.
De rechtbank wees het verzoek tot echtscheiding toe en bepaalde dat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zal plaatsvinden volgens Nederlands recht, aangezien partijen geen rechtskeuze hadden gemaakt en hun eerste huwelijksdomicilie in Nederland was. De beschikking werd uitgesproken op 8 oktober 2008 en is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheidingsuitspraak zelf.
Uitkomst: De rechtbank wijst het echtscheidingsverzoek toe en bepaalt dat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap volgens Nederlands recht zal plaatsvinden ondanks het ontbreken van bevestiging van betekening in Rusland.