ECLI:NL:RBZUT:2008:BF7037
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Hooft
- Davids
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verleiding en feitelijke aanranding van minderjarige meisjes
De rechtbank Zutphen behandelde een strafzaak waarin verdachte werd beschuldigd van het bewegen van drie minderjarige meisjes tot ontuchtige handelingen door middel van geld, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en geweld. De feiten zouden zich hebben voorgedaan tussen december 2007 en juni 2008 op verschillende locaties in Nederland.
Uit het dossier bleek dat verdachte contact had met de drie meisjes via internet en telefoon, waarbij hij geld, beltegoed en andere goederen aanbood. Verdachte zou onder meer seksuele handelingen hebben voorgesteld en in sommige gevallen ook daadwerkelijk seksuele handelingen hebben verricht met een van de meisjes. De rechtbank stelde vast dat het enkele leeftijdsverschil onvoldoende is om te spreken van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht.
De verklaringen van de meisjes toonden geen bewijs dat zij door verdachte gedwongen of bewogen waren tot ontuchtige handelingen door middel van geweld, bedreiging, misleiding of betaling. Ook was er onvoldoende bewijs dat verdachte misbruik maakte van het leeftijdsverschil om de meisjes te bewegen. De rechtbank concludeerde dat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd de teruggave gelast van in beslag genomen voorwerpen zoals telefoons, computers en een fotocamera aan de rechthebbenden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor verleiding en feitelijke aanranding van drie minderjarige meisjes.