ECLI:NL:RBZUT:2008:BF1786
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot informatie en toestemming inzake internationale kinderontvoering van minderjarige dochter naar Tunesië
Partijen hadden een affectieve relatie en kregen in 2002 een dochter. Na beëindiging van de relatie werd de moeder belast met het eenoudergezag over de dochter, die bij haar woonde. De vader had zonder toestemming van de moeder hun dochter meegenomen naar Tunesië en daar achtergelaten, wat leidde tot aangifte wegens onttrekking aan het ouderlijk gezag.
De moeder vorderde in kort geding dat de vader haar informeert over de verblijfplaats van de dochter en schriftelijk toestemming verleent voor haar uitreis uit Tunesië. De vader erkende het meenemen zonder toestemming, maar verweerde zich met het argument dat hij de moeder niet alleen met de dochter naar Tunesië wilde laten gaan en dat hij vreesde voor zijn arrestatie bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de moeder en de dochter prevaleert boven het belang van de verzorgers om anoniem te blijven. Ook verwierp de rechtbank het verweer dat schriftelijke toestemming zinloos zou zijn. De vordering werd toegewezen met een dwangsom, maar toepassing van lijfsdwang werd afgewezen. Kosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot het informeren over de verblijfplaats van de dochter en het schriftelijk verlenen van toestemming voor haar uitreis uit Tunesië met oplegging van een dwangsom.