ECLI:NL:RBZUT:2008:BF0880
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Van der Hooft
- Van de Wetering
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in harddrugs
De rechtbank Zutphen heeft op 16 september 2008 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die zich schuldig maakte aan het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet. De veroordeelde was actief in de handel in harddrugs, specifiek cocaïne, gedurende een periode van twaalf weken van 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007.
Op basis van verklaringen van de veroordeelde en het vonnis in de strafzaak heeft de rechtbank de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend. De verkoop bedroeg wekelijks 20 gram cocaïne in oktober en 60 gram in november en december, tegen een inkoopprijs van €30 per gram en een verkoopprijs van €40 per gram. Dit resulteerde in een totaal wederrechtelijk voordeel van €5.600.
De officier van justitie had een vordering ingediend tot ontneming van €8.000, maar de rechtbank wees deze vordering slechts gedeeltelijk toe tot het berekende bedrag van €5.600. De veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Bij niet-nakoming kan de rechter op verzoek van de officier van justitie lijfsdwang opleggen tot maximaal drie jaar.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, waarbij de voorzitter niet in staat was het vonnis mede te ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €5.600 en legt betaling aan de Staat op.