ECLI:NL:RBZUT:2008:BD4218
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Eijkelestam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en statutair directeurschap bij kennelijk onredelijk ontslag
In deze civiele zaak vordert eiser betaling wegens kennelijk onredelijk ontslag van zijn arbeidsovereenkomst met Fassin B.V. De gedaagde partij voert een exceptie van onbevoegdheid aan omdat geschillen met statutair bestuurders volgens haar niet door de kantonrechter maar door de sector civiel moeten worden behandeld.
De rechtbank onderzoekt of eiser statutair directeur is geworden van Fassin B.V. bij de overgang van bedrijfsactiviteiten van Langenberg-Fassin B.V. De rechtbank stelt vast dat niet is voldaan aan het constitutieve benoemingsvereiste van artikel 2:242 BW Pro, omdat geen expliciet besluit van de algemene vergadering tot aanstelling van eiser als bestuurder is overgelegd.
De arbeidsverhouding is wel van rechtswege overgegaan, maar dit leidt niet tot statutair directeurschap. De exceptie van onbevoegdheid wordt daarom afgewezen en Fassin wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: De exceptie van onbevoegdheid wordt afgewezen en eiser is geen statutair directeur geworden bij de overgang van bedrijfsactiviteiten.