ECLI:NL:RBZUT:2008:BD3913
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Roessingh
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Toekenning immateriële schadevergoeding wegens onterechte inverzekeringstelling en reputatieschade
Verzoeker is ten onrechte als verdachte aangemerkt en gedurende twee dagen in verzekering gesteld op verdenking van doodslag. De zaak werd later wegens gebrek aan bewijs geseponeerd. Verzoeker vordert een schadevergoeding van €10.000 voor immateriële schade veroorzaakt door de vrijheidsbeneming en de negatieve berichtgeving.
De rechtbank stelt vast dat er een causaal verband bestaat tussen de inverzekeringstelling en de negatieve berichtgeving in zowel lokale als landelijke media, die verzoekers reputatie ernstig heeft geschaad. Verzoeker ondervindt nog steeds nadelige gevolgen binnen zijn kleine gemeenschap, waaronder bedreigingen via internet en openbare uitspraken.
Hoewel de officier van justitie een lagere vergoeding van €570,- voorstelt, oordeelt de rechtbank dat gelet op de ernst van de verdenking, de impact van de publiciteit en de blijvende reputatieschade, een hogere vergoeding billijk is. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van €5.000 toe aan verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een immateriële schadevergoeding van €5.000 toegekend wegens onterechte inverzekeringstelling en de daaruit voortvloeiende reputatieschade.