ECLI:NL:RBZUT:2008:BD0547
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Curatoren vorderen terugbetaling onverschuldigde betaling uit faillissementsboedel
De curatoren van het faillissement van een gefailleerde vennootschap vorderden terugbetaling van 20.000 euro die de failliet in 2006 aan de gedaagde had betaald. Deze betalingen werden gedaan terwijl het faillissement nog steeds liep, zonder toestemming van de curator. De gedaagde stelde dat het ging om aflossing van een lening en dat hij te goeder trouw was, omdat hij niet wist dat het faillissement nog voortduurde.
De rechtbank stelde vast dat het faillissement inderdaad nog niet was beëindigd en dat de failliet niet bevoegd was om zonder toestemming van de curator over het vermogen te beschikken. De betaling aan de gedaagde was daarom onverschuldigd. Het verweer dat de gedaagde te goeder trouw was, faalde omdat het faillissement sinds 1997 bekend was en de gedaagde geen onderzoek had gedaan naar het voortduren daarvan.
De rechtbank wees de vordering van de curatoren toe tot terugbetaling van de hoofdsom en rente, maar wees de vergoeding van buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van 20.000 euro plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van 20.000 euro met rente en proceskosten wegens onverschuldigde betaling tijdens lopend faillissement.