ECLI:NL:RBZUT:2008:BC8853
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Prisse
- Kleinrensink
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag moeder, veroordeling poging zware mishandeling en mishandeling vriendin
De rechtbank Zutphen behandelde op 1 april 2008 de zaak tegen verdachte die zijn moeder met een mes in de rug had gestoken. De officier van justitie vroeg vrijspraak voor poging doodslag, omdat het opzet ontbrak en het letsel niet levensbedreigend was. De rechtbank sprak verdachte vrij van poging doodslag, maar achtte poging zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn vriendin in 2005, omdat hij de voorwaarden van een voorwaardelijk sepot had overtreden. De mishandeling bestond uit slaan en schoppen, wat pijn en letsel veroorzaakte. Verdachte bekende beide feiten ter terechtzitting.
De verdediging voerde psychiatrische problematiek en cultuurverschillen aan, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank vond dat het steken met een mes in de onderrug een aanmerkelijk risico op zwaar letsel opleverde, ongeacht de intentie. De strafmaat werd bepaald rekening houdend met het ontbreken van eerdere geweldsdelicten en het overtreden van de sepotvoorwaarden.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van het voorarrest. Tevens werd de voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van 18 maart 2008.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging doodslag, maar veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf voor poging zware mishandeling en mishandeling, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.