ECLI:NL:RBZUT:2008:BC7035
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Prisse
- Schmitz
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij brandstichting en vernieling
Verdachte werd beschuldigd van brandstichting in een woning, poging tot zware mishandeling en vernieling van goederen in de gemeente Voorst. Psychologische en psychiatrische rapporten concludeerden dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van de feiten vanwege ernstige psychische stoornissen waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis en posttraumatische stressstoornis.
De rechtbank nam deze conclusies over en oordeelde dat hoewel de feiten wettig en overtuigend bewezen waren, deze niet aan verdachte konden worden toegerekend. De dagvaarding werd inhoudelijk getoetst en geacht te voldoen aan de wettelijke eisen. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had, maar de rechtbank stelde vast dat opzet aanwezig was, doch niet toerekeningsvatbaar.
Gelet op de ontoerekeningsvatbaarheid en het gevaar dat verdachte vormt voor zichzelf en anderen, gelastte de rechtbank plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar. Verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging. De beslissing is gebaseerd op relevante artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de rapportages van deskundigen.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.