ECLI:NL:RBZUT:2008:BC4420
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hödl
- Hemrica
- Davids
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf voor ontuchtige handelingen met minderjarige
Op 15 september 2006 heeft verdachte ontuchtige handelingen gepleegd met een minderjarig slachtoffer in Epe. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van seksueel binnendringen, maar verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen: ontuchtige handelingen met een minderjarige buiten echt. Verdachte heeft dit feit bekend en de bewijsvoering is gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, verdachte en aangifte.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn leerachterstand, begeleiding door Stichting MEE, stabiele arbeidssituatie en het feit dat het strafbare feit geruime tijd geleden is. Gezien deze omstandigheden en het advies van de reclassering is een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden opgelegd met een proeftijd van 2 jaar, gekoppeld aan reclasseringstoezicht.
Daarnaast is verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €500 aan het slachtoffer en een gelijke som aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer. De rechtbank wijst een hogere schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van de omvang van de schade en mogelijke andere oorzaken. De bijzondere voorwaarde van naleving van aanwijzingen van de reclassering, waaronder begeleiding door Stichting MEE, is opgelegd om recidive te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met reclasseringstoezicht en een schadevergoeding van €500 aan het slachtoffer.