ECLI:NL:RBZUT:2008:BC1796
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Van Harreveld
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tenuitvoerlegging wegens onjuiste proeftijd bijzondere voorwaarde
De rechtbank Zutphen behandelde een vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden wegens het niet naleven van een bijzondere voorwaarde. Deze bijzondere voorwaarde hield in dat de veroordeelde zich moest houden aan aanwijzingen van de reclassering gedurende een proeftijd.
De veroordeelde was veroordeeld met een proeftijd van drie jaar voor de bijzondere voorwaarde, terwijl de Hoge Raad in een arrest van 30 oktober 2006 had vastgesteld dat de proeftijd voor bijzondere voorwaarden maximaal twee jaar mag bedragen. De overtreding vond plaats in het derde jaar van de proeftijd, wat volgens de rechtbank niet rechtsgeldig is.
De rechtbank achtte het daarom in strijd met een behoorlijke rechtsbedeling om de tenuitvoerlegging toe te wijzen. Ook was de vordering niet binnen drie maanden na het verstrijken van de tweejarige proeftijd ingediend, wat eveneens tegen de regels ingaat.
De persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, waaronder een echtscheiding en emotionele problemen, werden door hem aangevoerd maar speelden geen doorslaggevende rol in de beslissing. De rechtbank wees de vordering tot tenuitvoerlegging af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af wegens onrechtmatige proeftijd en niet-tijdige indiening.