ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0944
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting facturering en bewijslastverdeling bij herstelwerkzaamheden en meerwerk tussen aannemer en hoofdaannemer
In deze civiele zaak tussen Van Herk c.s. en Bouwbedrijf Reurink B.V. staat de betaling van factuur 4916S ter discussie, die betrekking heeft op herstelwerkzaamheden na lekkage en aanvullende opleverpunten. Van Herk c.s. stelt dat zij opdracht had voor de werkzaamheden en dat bepaalde meerwerkposten niet eerder waren gefactureerd. Reurink betwist dit en voert aan dat niet alle werkzaamheden als meerwerk kunnen worden aangemerkt en dat slechts een deel van de factuur terecht is.
De rechtbank analyseert de specificaties van de werkzaamheden, de opleverlijsten en correspondentie, en concludeert dat Van Herk c.s. onvoldoende heeft gespecificeerd welke werkzaamheden meerwerk zijn. Wel wordt aangenomen dat Reurink opdracht gaf voor herstelwerkzaamheden aan de logeerkamer en hal in het souterrain als gevolg van lekkage, waarvoor een bedrag van € 979,42 inclusief BTW verschuldigd is.
Daarnaast is in het tussenvonnis bepaald dat Van Herk c.s. de bewijslast draagt voor het ter hand stellen van de nieuwe Fosagvoorwaarden, maar de Hoge Raad heeft in een soortgelijke zaak geoordeeld dat deze voorwaarden samen met de orderbevestiging voor het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij moeten zijn verstrekt. De rechtbank geeft partijen gelegenheid zich hierover uit te laten en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Reurink moet € 979,42 inclusief BTW aan Van Herk c.s. betalen; overige vorderingen worden afgewezen.