ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0787
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Lookeren Campagne
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken tijdelijke verzameling postduiven in strijd met AI-regeling
De verdachte werd beschuldigd van het tijdelijk verzamelen van circa 400 postduiven afkomstig van verschillende plaatsen, wat volgens artikel 5 van Pro de Tijdelijke regeling maatregelen ter wering van Aviaire Influenza verboden zou zijn. De postduiven waren bestemd voor slacht en werden door verdachte verzameld en overgedragen aan een poelier. De rechtbank heeft vastgesteld dat de wetgever niet de bedoeling had om het verzamelen van postduiven voor slacht onder het verbod te laten vallen, mede omdat duiven nauwelijks gevoelig zijn voor het hoogpathogene AI-virus subtype H5N1.
Tijdens de terechtzittingen is gebleken dat de verzameling niet viel onder het verbod van artikel 5, eerste lid, van de Regeling, mede op basis van verklaringen van de verdachte, een getuige-deskundige van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie en een beleidsmedewerker van de Algemene Inspectiedienst. De rechtbank concludeerde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte het tenlastegelegde had begaan.
De economische politierechter sprak verdachte vrij omdat het verzamelen van postduiven met het oog op slacht geen tijdelijke verzameling in de zin van artikel 5 van Pro de Regeling vormt en dus niet verboden is. De uitspraak benadrukt het belang van de bedoeling van de wetgever en het feit dat dergelijke verzamelingen geen risico op verspreiding van AI met zich brengen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het verzamelen van postduiven voor slacht niet onder het verbod van artikel 5 van de Tijdelijke regeling valt.