ECLI:NL:RBZUT:2007:BB9863
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Van der Hooft
- Roessingh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak politieagent wegens onvoldoende bewijs valsheid in proces-verbaal geuridentificatieproeven
De rechtbank Zutphen behandelde op 11 december 2007 de zaak tegen een politieagent die werd verdacht van het medeplegen van het afleggen van valse verklaringen onder ede in proces-verbalen geuridentificatie, opgesteld in strafzaken tegen derden.
De tenlastelegging betrof drie afzonderlijke feiten waarbij verdachte en/of medeverdachten zouden hebben verklaard dat geuridentificatieproeven blind en volgens het Keuringsreglement waren uitgevoerd, terwijl dit niet het geval zou zijn geweest. Verdachte werd tevens verweten valselijk proces-verbalen te hebben opgemaakt met het oogmerk deze als echt te gebruiken.
De verdediging voerde onder meer aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en een redelijke belangenafweging, omdat elders vergelijkbare gevallen niet werden vervolgd. De rechtbank oordeelde dat de vervolgingsbeslissing redelijk was en dat het bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te veroordelen.
Uit verklaringen van medeverdachten en getuigen bleek dat er geen eenduidigheid was over het blind sorteren tijdens de proeven, met verschillen per dag en per hond. De rechtbank concludeerde dat het niet bewezen was dat verdachte het tenlastegelegde had begaan en sprak hem vrij.
Het vonnis benadrukte het ernstige karakter van het niet naar waarheid verklaren in ambtelijk opgemaakte processen-verbaal, maar vond in deze zaak onvoldoende bewijs voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van valsheid in proces-verbaal.