ECLI:NL:RBZUT:2007:BB9101
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Vergunst
- I.G.M. Th. Weijers-van der Marck
- R.A. Eskes
- Rechtspraak.nl
Weigering van procesvertegenwoordiging door niet-advocaat in kinderbeschermingszaken wegens ongeschiktheid
Betrokkene trad op als gemachtigde in diverse kinderbeschermingszaken voor de families X en Y, zonder advocaat, procureur of deurwaarder te zijn. Hij gebruikte in processtukken en op zijn website zeer grievende en beschuldigende taal richting de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming (SGJ), gezinsvoogden en de rechtbank, zonder voldoende feitelijke onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene zich herhaaldelijk schuldig maakte aan onnodig grievende uitlatingen, waaronder beschuldigingen van liegen, bedriegen, kindermishandeling, corruptie en partijdigheid. Tevens plaatste hij privacygevoelige en ongeanonimiseerde gegevens van minderjarigen op zijn website, wat strijdig is met de belangen van de kinderen.
Hoewel betrokkene stelde dat zijn uitlatingen voortkwamen uit het oogmerk onrecht te bestrijden, ontbrak het aan feitelijke onderbouwing en toonde hij geen professionele distantie. Zijn houding maakte constructieve samenwerking met gezinsvoogden en de rechtbank praktisch onmogelijk.
Daarom besloot de rechtbank op grond van artikel 81 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering betrokkene voor de duur van twee jaar te weigeren als procesvertegenwoordiger in kinderbeschermingszaken. Deze maatregel geldt om de belangen van minderjarigen en een ordelijke rechtsgang te waarborgen.
Uitkomst: Betrokkene wordt voor twee jaar geweigerd als gemachtigde in kinderbeschermingszaken wegens ernstige bezwaren over zijn ongeschikte en onbetrouwbare proceshouding.