ECLI:NL:RBZUT:2007:BB7188
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Van der Mei
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in heroïne en cocaïne met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Zutphen heeft op 30 oktober 2007 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die zich tussen augustus 2006 en april 2007 meermalen schuldig heeft gemaakt aan de handel in heroïne en cocaïne in de gemeenten Apeldoorn, Deventer en elders in Nederland.
Het bewijs toonde aan dat verdachte opzettelijk betrokken was bij het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van middelen die onder lijst I van de Opiumwet vallen. De rechtbank achtte de handel in harddrugs een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en benadrukte het belang van een krachtige bestrijding van dergelijke handel.
De strafoplegging hield rekening met het feit dat verdachte eerder al deels onvoorwaardelijk was veroordeeld voor soortgelijke feiten, maar desondanks opnieuw in de drugshandel was gestapt. Wel werd meegewogen dat de handel feitelijk stil lag tussen september en december 2006 en dat verdachte ter terechtzitting openheid van zaken gaf. Daarom werd een gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast werd de voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, opgelegd bij een arrest van het gerechtshof Arnhem in december 2005, ten uitvoer gelegd wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit. Diverse in beslag genomen goederen, waaronder telefoons, simkaarten, geldbedragen en sieraden, werden verbeurd verklaard of teruggegeven waar passend.
De rechtbank achtte de straf passend en geboden gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en de persoon van verdachte, met als doel hem te weerhouden van herhaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf van 2 maanden is gelast.