ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5753
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- J.J. van Oostveen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid voorzieningenrechter Zutphen inzake opheffing beslag Silicair machine
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de opheffing van een conservatoir bewijsbeslag op de Silicair machine, inclusief monsterneming, beschrijving en gerechtelijke bewaring. Eiser stelt dat het beslag onterecht is en wil het beslag opgeheven zien onder verschillende voorwaarden zodat hij weer bedrijfsmatig met de machine kan werken.
Gedaagde, Air Force Limited, voert verweer en stelt dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen onbevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Volgens Air Force Limited is de rechtbank te ’s-Gravenhage exclusief bevoegd omdat het geschil de geldigheid en handhaving van octrooien betreft.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 80 lid 2 van Pro de Rijksoctrooiwet 1995 de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage exclusief bevoegd is voor vorderingen tot handhaving van octrooien. Hoewel de rechtbank Zutphen bevoegd was tot het verlenen van het beslag vanwege de locatie van de goederen, betreft de vordering tot opheffing een beoordeling van de geldigheid van het octrooi, waarvoor de exclusieve bevoegdheid geldt.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot opheffing van het beslag. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Air Force Limited. Het vonnis is uitgesproken op 23 augustus 2007.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering tot opheffing van het beslag en veroordeelt eiser in de proceskosten.