ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5515
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Gilhuis
- Bos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in harddrugs met ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet, door in de periode van 1 juli 2005 tot en met 24 februari 2007 cocaïne en amfetamine te verkopen en te verspreiden. De bewezenverklaring is gebaseerd op bekentenissen van verdachte, verklaringen van getuigen en rapporten over wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de schadelijkheid van de drugs voor de samenleving en het langdurige karakter van de handel. Tegelijkertijd werd in het voordeel van verdachte meegewogen dat hij geen eerdere justitiële documentatie heeft, openheid van zaken gaf en gestopt is met drugsgebruik.
De straf bestaat uit een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 331 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur. Daarnaast is een bedrag van €7.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel ontnomen, gebaseerd op een berekening van de winst uit de drugshandel, verminderd met kosten en rekening houdend met de draagkracht van verdachte.
De rechtbank heeft ook verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer bevolen van diverse in beslag genomen voorwerpen die verband houden met de drugshandel. De uitspraak is gedaan tijdens de openbare terechtzitting van 12 oktober 2007.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 360 dagen gevangenisstraf waarvan 331 voorwaardelijk, 240 uur werkstraf en ontneming van €7.000 wederrechtelijk verkregen voordeel.