ECLI:NL:RBZUT:2007:BB3570

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
14 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
552222-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Buijs
  • Kuiken
  • Eijkelestam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak primair ten laste gelegde en veroordeling voor overtreding artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 na verkeersongeval

Op 12 juli 2006 vond in de gemeente Nunspeet een verkeersongeval plaats waarbij verdachte, als bestuurder van een personenauto, bij het afslaan naar links geen voorrang verleende aan een motorrijder, wat leidde tot een botsing en letsel bij het slachtoffer. Verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij zich schuldig had gemaakt aan schuld aan het verkeersongeval door onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

Tijdens de terechtzitting op 31 augustus 2007 heeft de rechtbank Zutphen het bewijs onderzocht. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd subsidiair bewezen verklaard dat verdachte de overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 heeft begaan door geen voorrang te verlenen, waardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van € 500,=, met een vervangende hechtenis van 10 dagen bij niet-betaling, en legde een ontzegging van de rijbevoegdheid voor motorrijtuigen op voor de duur van 4 maanden, waarvan de uitvoering voorwaardelijk is met een proeftijd van 2 jaar. Deze strafoplegging werd passend geacht gezien de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden van de zaak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld tot een geldboete en voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/552222-06
Uitspraak d.d.: 14 september 2007
Tegenspraak/ dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [woonplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres en woonplaats]
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 augustus 2007.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 juli 2006 in de gemeente Nunspeet, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, zijnde een personenauto, daarmede rijdende over de weg, de Harderwijkerweg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,
immers heeft hij, verdachte,
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
bij het afslaan naar links, zich er niet van vergewist dat de rijstrook voor hem tegemoetkomend verkeer, vrij was van verkeer en/of daarbij en/of daardoor geen voorrang verleend aan een bestuurder van een motor, zij[slachtoffer], die zich op de voornoemde rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond,
waarbij en/of waardoor een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen het motorrijtuig van hem, verdachte, en de motor van voornoemde [slachtoffer],
waardoor voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een dwarslaesie, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
art 175 lid 3 Wegenverkeerswet Pro 1994
art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 12 juli 2006 in de gemeente Nunspeet, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Harderwijkerweg,
bij het afslaan naar links, zich er niet van heeft vergewist dat de rijstrook voor hem tegemoetkomend verkeer, vrij was van verkeer en/of daarbij en/of daardoor geen voorrang heeft verleend aan een bestuurder van een motor, zij[slachtoffer], die zich op de voornoemde rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond,
waarbij een botsing en/of een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de personenauto van hem, verdachte, en de motor van voornoemde [slachtoffer],
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 12 juli 2006 in de gemeente Nunspeet, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Harderwijkerweg, bij het afslaan naar links, zich er niet van heeft vergewist dat de rijstrook
voor hem tegemoetkomend verkeer, vrij was van verkeer en daardoor geen voorrang heeft verleend aan een bestuurder van een motor, [slachtoffer], die zich op de voornoemde rijstrook voor tegemoetkomend verkeer bevond,
waarbij een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen de personenauto van hem, verdachte, en de motor van voornoemde [slachtoffer], door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.
Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde
Wat onder subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, te weten: vrijspraak van het onder primair ten laste gelegde. Een geldboete van € 500,=, subsidiair 10 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, ten aanzien van het onder subsidiair ten laste gelegde.
De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking dat door de handelwijze van verdachte – waarbij hij niet goed heeft gekeken of er verkeer aan kwam en daardoor geen voorrang heeft verleend aan de bestuurster van een motor, met alle gevolgen van dien – een ongeval heeft plaatsgevonden. Dit, door verdachte veroorzaakte, ongeval had ten gevolgde dat [slachtoffer] letsel werd toegebracht.
De rechtbank acht voorts een voorwaardelijke ontzegging op zijn plaats is, teneinde de verdachte er van te weerhouden opnieuw zulk gevaar voor het (overige) verkeer te veroorzaken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het
Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte onder subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.
Ontzegt verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.
Bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2007.