ECLI:NL:RBZUT:2007:BB3203
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Van Harreveld
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens ontuchtige handelingen met minderjarige neef
De rechtbank Zutphen heeft op 7 september 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met zijn twaalfjarige neef in de periode van september 2006 tot februari 2007. De handelingen bestonden onder meer uit seksueel binnendringen en andere seksuele handelingen. Verdachte erkende de feiten, maar stelde dat deze op initiatief van het slachtoffer waren en met tegenzin werden verricht. De rechtbank verwierp dit verweer, gelet op de aard van de handelingen en het leeftijdsverschil.
Uit een psychologisch rapport bleek dat verdachte ten tijde van de feiten een verminderde toerekeningsvatbaarheid had vanwege een cognitieve handicap en een verwrongen seksualiteitsbeleving. Dit leidde tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 379 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, gekoppeld aan reclasseringstoezicht en ambulante behandeling.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €2.574,80 aan het slachtoffer, bestaande uit immateriële en materiële schade. De rechtbank wees een hoger bedrag af wegens onvoldoende gegevens. De straf en voorwaarden zijn afgestemd op de ernst van het delict, de persoon van verdachte en het risico op recidive.
De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op waaronder verdachte zich moet houden aan aanwijzingen van de reclassering, waaronder ambulante behandeling, dagbesteding, en beperkingen in contact met minderjarigen. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf. Het vonnis werd uitgesproken in aanwezigheid van drie rechters en een griffier.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 379 dagen gevangenisstraf, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met reclasseringstoezicht, en tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer.