ECLI:NL:RBZUT:2007:BB2718
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- W.H. Westhuis
- Rechtspraak.nl
Vordering tot bijschrijving kind in paspoort man afgewezen voor vrouw
De rechtbank Zutphen behandelde een kort geding over de bijschrijving van een minderjarig kind in het paspoort van een van de ouders. De man, aan wie het kind voorlopig is toevertrouwd, vorderde dat de vrouw medewerking verleent aan bijschrijving van het kind in zijn paspoort vanwege een geplande vakantie naar Frankrijk.
De vrouw stelde dat de voorzieningenrechter niet bevoegd was en dat er geen spoedeisend belang bestond. Zij wilde het kind bijgeschreven hebben in haar paspoort, mede vanwege plannen om met het kind naar Duitsland of Engeland te reizen, en stelde dat het redelijk was dat beide ouders een reisdocument voor het kind hebben.
De rechtbank oordeelde dat de voorzieningenrechter bevoegd en de man ontvankelijk was. De vordering van de man werd toegewezen omdat het kind aan hem is toevertrouwd en de vakantie spoedeisend belang gaf. De vrouw kreeg een dwangsom opgelegd bij niet-naleving.
De subsidiaire vordering van de vrouw werd afgewezen omdat het belang van de vrouw onvoldoende was onderbouwd en de omgangsregeling en toevertrouwing aan de man vakanties van de vrouw met het kind van langere duur in de weg staan. De zorgen van de man over een mogelijke reis naar Zambia met het kind werden als begrijpelijk beoordeeld.
De kosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan bijschrijving van het kind in het paspoort van de man, subsidiair vordering vrouw afgewezen.