ECLI:NL:RBZUT:2007:BA7860
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Kleinrensink
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving na financieel conflict
In juni 2006 werd het slachtoffer, een Turkse zakenman, na een financieel conflict gedurende meerdere dagen op een boerderij in Angerlo van zijn vrijheid beroofd. Verdachte stelde zijn boerderij ter beschikking en was op de hoogte van de situatie, maar ontkende betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medeplichtig was aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving, waarbij het slachtoffer werd geboeid, geblinddoekt en mishandeld, en dat verdachte naliet de politie te waarschuwen. Verdachte werd vrijgesproken van betrokkenheid bij de doodslag of moord op het slachtoffer wegens gebrek aan bewijs.
Psychologisch onderzoek concludeerde dat verdachte licht tot enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was. De rechtbank verwierp het verweer van psychische overmacht en legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, rekening houdend met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De verklaringen van medeverdachte [verdachte A] waren cruciaal, maar werden kritisch beoordeeld vanwege inconsistenties. Het slachtoffer werd uiteindelijk door andere verdachten gewurgd en begraven, maar verdachte was niet betrokken bij deze daad.
De rechtbank benadrukte de gruwelijke behandeling van het slachtoffer en het feit dat verdachte bewust de vrijheidsberoving liet voortduren ondanks zijn verzoek tot vrijlating.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.