ECLI:NL:RBZUT:2007:BA5757

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
27 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 07/213
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. van den Dungen-Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 8:81 AwbArt. 19 lid 2 WRO
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vereniging Milieuzorg Epe geen belanghebbende bij bouwvergunning woonzorgcomplex Vaassen

De Vereniging Milieuzorg Epe heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe om een bouwvergunning te verlenen voor een woonzorgcomplex op de hoek Pastoor Hagenstraat/Deventerstraat te Vaassen. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening om de bouw te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of de vereniging als belanghebbende kan worden aangemerkt. De statutaire doelstelling van de vereniging richt zich op de bescherming en het beheer van natuur, landschap en milieu in ruime zin. De gronden van het bouwproject liggen binnen stedelijk en bebouwd gebied, en de rechter achtte het niet aannemelijk dat het besluit de statutaire belangen van de vereniging direct raakt.

Ook de omstandigheid dat aangrenzende percelen monumentale bescherming genieten, achtte de rechter niet relevant voor het belang van de vereniging. Gezien deze overwegingen werd de vereniging niet als belanghebbende erkend, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en er geen aanleiding was voor een voorlopige voorziening. Het bouwproject kan derhalve doorgaan.

Uitkomst: Het bezwaar van Vereniging Milieuzorg Epe wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bouwproject kan doorgaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Voorzieningenrechter
Reg.nr.: Awb 07/213
Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geding tussen:
Vereniging Milieuzorg Epe,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe,
verweerder.
Woningstichting De Woonplaats,
derde-partij, te Enschede.
1. Feiten en procesverloop.
Bij besluit van 4 januari 2007 heeft verweerder aan de derde partij vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) en reguliere bouwvergunning eerste fase verleend voor de oprichting van een woonzorgcomplex met bijgebouwen op het perceel hoek Pastoor Hagenstraat/Deventerstraat te Vaassen.
Verzoekster heeft bij brief van 9 februari 2007 een bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Bij brief van dezelfde datum heeft verzoekster verzocht om een voorlopige voorziening die strekt tot schorsing van het bestreden besluit.
Bij brief van 14 februari 2007 heeft de derde partij medegedeeld dat zij bereid is te wachten met de aanvang van de bouwwerkzaamheden die betrekking hebben op de verleende vergunning tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 22 maart 2007, waar voor verzoekster is verschenen J. Polman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Oostwoud en A. Dickhof. Voor de derde partij is niemand verschenen.
2. Motivering
Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Ingevolge het derde lid van dit artikel worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Naar vaste jurisprudentie dient het daarbij te gaan om een aan de statutaire doelstellingen ontleend collectief belang, dat door een besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast.
Verzoekster is een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging. Blijkens artikel 2, eerste lid, van de statuten van verzoekster stelt zij zich ten doel de bescherming en het beheer van natuur, landschap en milieu, alles in de ruimste zin.
In Van Dale groot woordenboek van de Nederlandse taal (veertiende herziene druk) worden voormelde drie begrippen als volgt omschreven:
Milieu: het geheel van uitwendige omstandigheden die van invloed zijn op de leefomstandigheden, het welzijn van de planten, dieren en mensen in een gebied of in het algemeen, zoals de toestand van de atmosfeer, van het water, van de bodem, overheersende geluiden (lawaai) enz.
Landschap: landelijke omgeving voor zover men die met één blik overziet, m.n. zoals zij zich in haar samenstel vertoont, de aanblik ervan.
Natuur: wat de mens om zich heen ziet en wat beschouwd wordt als nog niet door de mens gewijzigd, het landschap
De voorzieningenrechter stelt vast dat de gronden, waarop het bouwproject betrekking heeft, zijn gelegen binnen stedelijk gebied in de zin van het algemeen verbindend voorschrift van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland van 15 november 2005 en binnen het bebouwd gebied als bedoeld op de Beleidskaart ruimtelijke structuur bij het Streekplan Gelderland 2005 vallen.
De voorzieningenrechter ziet voorshands niet in dat de statutaire belangen van verzoekster, als voormeld, mede in aanmerking nemende de omschrijving van de in de doelstelling vermelde begrippen in Van Dale groot woordenboek, door het bestreden besluit worden geraakt. De zijdens verzoekster aangevoerde omstandigheid dat de belendende percelen monumentale bescherming genieten, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen belang waarop de statutaire doelstelling ziet. Evenmin is gebleken dat de feitelijke werkzaamheden van verzoekster zich mede uitstrekken tot een bebouwde omgeving als voormeld.
Gelet op het hierboven overwogene valt verzoekster naar voorlopig oordeel niet als belanghebbende bij het bestreden besluit aan te merken. Mitsdien zal het bezwaarschrift naar voorlopig oordeel door verweerder niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op
27 maart 2007 in tegenwoordigheid van mr. F.S. Zwerwer als griffier.