ECLI:NL:RBZUT:2007:BA5563
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- De Bie
- Follender Grossfeld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling jonge tweeling wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn jonge tweeling in de periode van november tot december 2006. De tenlastelegging betrof onder meer het veroorzaken van breuken aan groeischijven en ander letsel door schudden, trekken en drukken.
Deskundigenrapporten gaven aan dat sommige letsels, zoals een vermeende fractuur bij het ene kind, een normale variant waren, terwijl andere letsels verdacht waren voor niet-accidentele oorzaken. Voor het andere kind was sprake van een fractuur die mogelijk duidde op mishandeling, maar het dossier bood onvoldoende aanknopingspunten om dit wettig en overtuigend te bewijzen.
De rechtbank concludeerde dat er geen plausibele en overtuigende verklaringen waren dat verdachte opzettelijk het letsel had toegebracht. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De officier van justitie had ook tot vrijspraak geconcludeerd en de raadsman pleitte eveneens voor vrijspraak.
De uitspraak werd gedaan op 23 mei 2007 door een meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, waarbij één rechter het vonnis niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor mishandeling van zijn tweeling.