ECLI:NL:RBZUT:2007:BA2117
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Van der Hooft
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor poging tot zware mishandeling met vrijspraak voor bedreiging en eenvoudige mishandeling
Op 3 april 2007 heeft de Rechtbank Zutphen uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere strafbare feiten gepleegd op of omstreeks 9 december 2006 te Wehl. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling van slachtoffer A door met kracht op diens hoofd te slaan, duimen in de ogen te drukken en tegen het hoofd te schoppen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde eenvoudige mishandeling en bedreigingen jegens slachtoffers A en B, omdat deze feiten niet wettig en overtuigend waren bewezen. De verklaringen van getuigen ontbraken en er waren geen aanwijzingen in het dossier die deze feiten ondersteunden.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat geen sprake was van poging tot zware mishandeling, omdat de aard van de handelingen (zoals het duwen van duimen in de ogen) opzet impliceert. Gezien het feit dat verdachte reeds een voorwaardelijke gevangenisstraf had, werd de tenuitvoerlegging daarvan gedeeltelijk gelast voor 6 maanden.
De strafoplegging hield rekening met het grove karakter van het geweld, het forse strafblad van verdachte en het ontbreken van aannemelijkheid van een initiërende rol van het slachtoffer. De rechtbank legde geen voorwaardelijke straf op vanwege de weerstand die toezicht bij verdachte zou oproepen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, en griffier.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor poging tot zware mishandeling en vrijgesproken van eenvoudige mishandeling en bedreigingen.