ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ7299
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Borgerhoff Mulder
- Elders
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen handel in cocaïne en heroïne in Zutphen
De rechtbank Zutphen heeft op 31 januari 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van betrokkenheid bij de handel in cocaïne en heroïne in Zutphen. Het onderzoek toonde aan dat verdachte in de periode van 1 september tot en met 22 september 2006 meermalen opzettelijk drugs heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt of vervoerd. Diverse getuigen en medeverdachten leverden belastende verklaringen, en verdachte bekende zijn rol als beheerder van drugs en ontvanger van geld.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte medepleger was in een omvangrijke handel in harddrugs, waarbij ook intimidatie en geweld door mededaders voorkwamen. De handel in deze middelen vormt een groot gevaar voor de volksgezondheid. Hoewel verdachte zich uit eigen beweging heeft teruggetrokken uit de handel, was een straf passend en geboden.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 137 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarbij werd een bijzondere voorwaarde gesteld dat verdachte zich tijdens de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, waaronder het volgen van trainingen. Een werkstraf werd niet opgelegd omdat het voorwaardelijke deel en de reclassering voldoende straf en garantie bieden.
Het in beslag genomen voorwerp, een papiertje met een naam, werd verbeurd verklaard. Verdachte werd vrijgesproken van alle overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De uitspraak is gebaseerd op meerdere artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 137 dagen gevangenisstraf, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.