ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ7245
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Borgerhoff Mulder
- Van Hoorn
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in drugszaak zonder matiging
De rechtbank Zutphen heeft op 30 januari 2007 uitspraak gedaan in een zaak waarbij veroordeelde werd veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet, specifiek handel in cocaïne en heroïne gedurende drie maanden in 2006.
Op basis van verklaringen en een rapport over het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft de rechtbank vastgesteld dat het voordeel €1.350 bedraagt. Deze berekening is gebaseerd op de verkoop van drie bolletjes cocaïne per dag, gedeeld met een medeverdachte, tegen een straatprijs van €30 per dag gedurende 90 dagen.
Veroordeelde voerde aan onvoldoende draagkracht te hebben om het bedrag te betalen, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk gelet op zijn leeftijd, het bedrag en de omstandigheden. Daarom werd de betalingsverplichting opgelegd.
De rechtbank baseerde haar beslissing op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en wees de vordering van het Openbaar Ministerie toe zonder matiging van het bedrag.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, waarbij veroordeelde, zijn raadsman en de officier van justitie aanwezig waren.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €1.350 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen zonder matiging.