ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ7235
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elders
- Borgerhoff Mulder
- Van Hoorn
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in drugszaak zonder matiging
De rechtbank Zutphen heeft op 30 januari 2007 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de veroordeelde werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. De feiten betreffen een periode van vier maanden waarin de veroordeelde actief was in de handel in cocaïne en heroïne. Uit verklaringen en rapporten werd het voordeel berekend op basis van de straatwaarde van de drugs die de veroordeelde per dag verkocht.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde dagelijks drie bolletjes cocaïne ontving, met een waarde van €30,- per dag. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kwam uit op een totaalbedrag van €2.250,-. De veroordeelde voerde aan dat hij onvoldoende draagkracht had om dit bedrag te betalen, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk gelet op zijn leeftijd, het bedrag en de omstandigheden.
Op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht legde de rechtbank de veroordeelde de verplichting op om het bedrag van €2.250,- aan de Staat te betalen. De vordering van het Openbaar Ministerie werd daarmee grotendeels toegewezen, met een lagere vaststelling dan aanvankelijk geëist.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €2.250,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.