ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ7225
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Elders
- Van Hoorn
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in drugszaak met gematigde betalingsverplichting
De rechtbank Zutphen behandelde op 30 januari 2007 een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een veroordeelde die actief was in de handel in cocaïne en heroïne gedurende een periode van drie maanden.
Op basis van verklaringen en een ontnemingsrapport werd het voordeel berekend aan de hand van de straatprijzen van cocaïne en heroïne en het aantal bolletjes per dag dat de veroordeelde ontving. De rechtbank kwam tot een totaalbedrag van €1.710 als wederrechtelijk verkregen voordeel.
Hoewel het Openbaar Ministerie een vordering tot ontneming van €3.420 had ingediend, concludeerde het tijdens de zitting dat deze vordering vanwege persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde moest worden afgewezen. De rechtbank oordeelde echter dat het voordeel wel was verkregen en stelde de betalingsverplichting op nihil vanwege de aannemelijke onvoldoende draagkracht van de veroordeelde.
De beslissing werd genomen op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, waarbij de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelde, maar de betalingsverplichting van de veroordeelde aan de Staat op nihil stelde.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €1.710, maar de betalingsverplichting wordt vanwege persoonlijke omstandigheden op nihil gesteld.