ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ6809
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hoorn
- Hemrica
- Lucassen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging zware mishandeling met honkbalknuppel
Op 8 oktober 2006 werd verdachte verdacht van poging zware mishandeling door het slachtoffer met een aluminium honkbalknuppel te slaan. De officier van justitie stelde dat verdachte met voorbedachten rade handelde en het slachtoffer meerdere keren had geslagen, wat zwaar lichamelijk letsel tot gevolg kon hebben. Het bewijs bestond uit aangifte, medische verklaringen, foto's, verklaringen van verbalisanten en getuigen.
Verdachte ontkende het slachtoffer op het hoofd te hebben geslagen en verklaarde slechts eenmaal op de bil te hebben geslagen om ernstige gevolgen te voorkomen. Een getuige bevestigde deze verklaring. Het slachtoffer verklaarde echter dat hij driemaal was geslagen, waaronder op het hoofd en de voet. De neuroloog constateerde een hersenschudding, maar geen hoofdletsel. De rechtbank kon op basis van de foto's niet vaststellen dat het slachtoffer op het oor was geraakt.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte meer dan eenmaal had geslagen of dat hij opzettelijk zwaar lichamelijk letsel wilde toebrengen. Omdat eenvoudige mishandeling niet ten laste was gelegd, sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging poging zware mishandeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van poging zware mishandeling.