ECLI:NL:RBZUT:2006:BC0972
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over collectieve waardeoverdracht en terugbetaling pensioenpremies tussen Krämer en Achmea
Krämer exploiteert een aannemersbedrijf waarvan de werknemers onder het bedrijfstakpensioenfonds vallen, met een vrijstelling op voorwaarde van een gelijkwaardige pensioenregeling. Achmea sloot met Krämer een pensioenverzekeringsovereenkomst, die werd beëindigd na intrekking van de vrijstelling door het bedrijfspensioenfonds per 1 januari 2000. Krämer vordert terugbetaling van betaalde premies, schadevergoeding wegens beëindiging van de verzekering, medewerking aan collectieve waardeoverdracht en vergoeding van kosten.
De rechtbank stelt vast dat Achmea gehouden is de premies terug te betalen conform de uitspraak van de geschillencommissie. Achmea mocht weigeren de pensioenregeling aan te passen aan de Bouw-2000-regeling en is niet tekortgeschoten in de beëindiging van de overeenkomst. Wel moet Achmea meewerken aan collectieve waardeoverdracht, ondanks het ontbreken van een expliciete afspraak hierover.
De rechtbank wijst de vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en kosten van rechtsbijstand af wegens onvoldoende onderbouwing. De contante waarde van de overrente wordt niet toegewezen zonder nadere onderbouwing en partijen worden verzocht hierover aanvullende stukken te overleggen. De zaak wordt aangehouden voor nadere behandeling.
Uitkomst: Achmea moet premies terugbetalen en meewerken aan collectieve waardeoverdracht, overige vorderingen worden afgewezen of aangehouden.