ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ8719
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden failliete vennootschap
De zaak betreft een vordering van HBF tegen de bestuurder van Bouwonderneming, die op eigen verzoek failliet werd verklaard. HBF vordert persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor onbetaalde facturen na het uitvoeren van heiwerkzaamheden. De rechtbank onderzoekt of de bestuurder bij het aangaan van de overeenkomst of bij het geven van de opdracht wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat Bouwonderneming niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen.
De rechtbank stelt vast dat Bouwonderneming reeds jaren verlies leed en dat het faillissement werd veroorzaakt door marktomstandigheden en bezwaarprocedures tegen bouwvergunningen. De bestuurder heeft gemotiveerd verweer gevoerd dat er tot vlak voor het faillissement zicht was op een doorstart en dat de liquiditeitsproblemen voortkwamen uit betalingsachterstanden van opdrachtgevers. HBF heeft onvoldoende feiten aangevoerd om te bewijzen dat de bestuurder op het moment van de overeenkomst of opdracht wist van het onvermogen tot betaling.
De rechtbank oordeelt dat de Beklamel-norm vereist dat de crediteur de wetenschap van de bestuurder moet bewijzen, wat hier niet is gelukt. Ook is geen sprake van onbehoorlijk bestuur of paulianeus handelen. De vordering van HBF wordt afgewezen en het conservatoir beslag opgeheven. HBF wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder wordt afgewezen en het conservatoir beslag opgeheven.