ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ6027
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Engels recht op vorderingen in aandeelhoudersgeschil
In deze civiele procedure tussen Entric Group B.V. en Entric Group Ltd. als eiseressen en [gedaagde] en Ilogy Holding Ltd. als gedaagden, staat de toepasselijkheid van het toepasselijke recht centraal. Entric c.s. stelt dat Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst en de vorderingen, terwijl [gedaagde] betoogt dat Engels recht geldt, omdat de overeenkomst en interne afspraken van Entric Ltd. onder Engels recht vallen.
De rechtbank overweegt dat de overeenkomst van 4 mei 2005 naast de levering van aandelen ook afspraken bevat over de rechtsverhouding tussen voormalige aandeelhouders en bestuurders, waarop Engels recht van toepassing is. Er is geen deel van de overeenkomst af te scheiden dat nauwer verbonden is met Nederland. Daarom moeten de vorderingen van Entric Ltd. volledig naar Engels recht worden beoordeeld.
Verder oordeelt de rechtbank dat het baseren van vorderingen op Nederlands recht niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van Entric Ltd., omdat de rechter ambtshalve de rechtsgronden moet aanvullen en het niet juist vermelden van een rechtsgrond niet tot niet-ontvankelijkheid leidt. Partijen krijgen de gelegenheid hun stellingen aan te passen in het licht van het Engels recht. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en bepaalt dat de zaak op 13 december 2006 wordt voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van Entric Ltd. naar Engels recht beoordeeld moeten worden en dat eisers niet niet-ontvankelijk zijn.