ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ6018
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over naleving echtscheidingsbeschikking en trustverdeling woning
Partijen zijn in 1988 gehuwd met huwelijkse voorwaarden die een uitsluiting van gemeenschap van goederen en een periodiek verrekenbeding bevatten. In 1994 kocht een trust een woonboerderij die partijen als echtelijke woning huurden. In 1996 wijzigden zij hun huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding alsof algehele gemeenschap van goederen bestond bij echtscheiding. In 1999 ondertekenden zij een “letter of wishes” waarin zij vastlegden dat de woning en inkomsten in de trust gelijkelijk aan hen toekwamen.
Na hun echtscheiding in 2001 bepaalde de rechtbank in 2003 de wijze van verdeling van hun gemeenschappelijke goederen, waartegen hoger beroep werd ingesteld. Het gerechtshof Arnhem gaf in 2004 en 2005 eindbeslissingen en bepaalde onder meer dat de woning aan de vrouw zou worden verkocht voor €415.000, met verrekening van kosten en lasten.
De man weigerde echter medewerking aan de uitvoering van deze beschikking, waaronder het ondertekenen van een verklaring aan de trustee. De vrouw vorderde in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot naleving, waaronder het ondertekenen en verzenden van de verklaring, met dwangsommen bij niet-naleving. De man voerde onder meer een bevoegdheidsverweer en betwistte de omvang van zijn verplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is, het bevoegdheidsverweer verwierp, en dat de vorderingen van de vrouw toewijsbaar zijn. De man werd veroordeeld tot ondertekening en verzending van de verklaring binnen vijf werkdagen, zich te onthouden van communicatie met de trustee die de verklaring ontkracht, met een dwangsom van €1.000 per dag bij overtreding en een maximum van €100.000. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot ondertekening en verzending van de verklaring aan de trustee binnen vijf werkdagen met dwangsommen bij niet-naleving.