ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ5330
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot overleg over voortzetting maatschap cardioloog met arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil tussen drie cardiologen binnen een maatschap, waarbij één van hen, [eiser], lijdt aan een chronische spierziekte (CIDP) die zijn arbeidsvermogen beperkt. Na een periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en aangepaste werkzaamheden, stelden de twee andere cardiologen dat de maatschap per 1 januari 2007 automatisch zou ontbinden vanwege de arbeidsongeschiktheid van [eiser].
[Eiser] vordert dat zijn collega’s worden verplicht om de maatschapsovereenkomst ook na die datum na te leven en serieus overleg te voeren over een regeling die hem in staat stelt zijn praktijk voort te zetten, al dan niet gedeeltelijk. De twee cardiologen voeren aan dat zij hebben getracht een regeling te treffen, maar dat dit niet mogelijk is vanwege medische en patiëntveiligheidsredenen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat [eiser] niet langer in staat is om als cardioloog te functioneren en dat de andere cardiologen onvoldoende hebben onderzocht welke werkzaamheden hij nog kan verrichten. De verplichting tot overleg uit de maatschapsovereenkomst is niet nagekomen, waardoor de vordering van [eiser] wordt toegewezen. Er wordt een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen.
De rechtbank wijst het algemene bevel tot naleving van de maatschapsovereenkomst af omdat afspraken over 50% participatie voorlopig waren, maar het specifieke bevel tot overleg en het streven naar een regeling wordt toegewezen. Ook worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] toegewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de collega’s tot serieus overleg en het treffen van een regeling om de praktijkuitoefening van de arbeidsongeschikte cardioloog voort te zetten.