ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ3114
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Krijger
- Rechtspraak.nl
Bezwaar gegrond tegen tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens onvoldoende kennisgeving
Veroordeelde ontving in oktober 2003 een oproep van de Reclassering Nederland voor het uitvoeren van een werkstraf van 120 uur, opgelegd bij vonnis van 8 juli 2003. Hij reageerde met een brief waarin hij aangaf om moverende redenen niet te kunnen voldoen aan de oproep. Nadien ontving hij geen verdere berichtgeving. Op 3 november 2003 rapporteerde de Reclassering dat contact met veroordeelde onmogelijk was, waarna de werkstraf op 7 november 2003 werd omgezet in 60 dagen vervangende hechtenis.
Op 14 november 2006 werd veroordeelde op Schiphol aangehouden en werd de vervangende hechtenis ten uitvoer gelegd terwijl hij op weg was naar vrijwilligerswerk in het buitenland. Veroordeelde verzocht de hechtenis te beëindigen en alsnog de werkstraf te mogen verrichten. De officier van justitie stelde dat de brief van veroordeelde aanleiding was tot omzetting van de taakstraf, maar de inhoud van die brief was niet meer aanwezig.
De rechtbank oordeelt dat veroordeelde onvoldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren op het bevel tot omzetting, omdat de kennisgeving enkel aan de griffier was betekend terwijl een adres in Duitsland bekend was. Hierdoor is veroordeelde de mogelijkheid ontnomen een rechtsmiddel aan te wenden tegen de omzetting. Tevens is niet vastgesteld dat veroordeelde zich bewust aan de werkstraf heeft onttrokken. Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond, maakt het bevel tot tenuitvoerlegging ongedaan en stelt veroordeelde in de gelegenheid de werkstraf alsnog te verrichten, waarbij reeds doorgebrachte hechtenisdagen in mindering worden gebracht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis wordt gegrond verklaard en veroordeelde mag de werkstraf alsnog verrichten.