ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ3090
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Van Lookeren Campagne
- Vaandrager
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken hard en direct bewijs oplichting en opzet
De rechtbank Zutphen heeft op 27 oktober 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van meervoudige oplichting in de periode van september 2002 tot september 2005. Verdachte zou zich onder meer hebben voorgedaan als officieel schuldbemiddelingskantoor en door listige kunstgrepen personen hebben bewogen tot het afgeven van geldbedragen of het aangaan van schuldbemiddelingsovereenkomsten.
Tijdens het onderzoek bleek dat verdachte werkzaam was in de buitendienst van het bedrijf, terwijl medeverdachten de leiding hadden en hogere inkomsten genoten. De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte het ten laste gelegde strafbare feit heeft begaan, met name ontbrak bewijs voor het vereiste oogmerk en (voorwaardelijk) opzet.
De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding, aangezien verdachte werd vrijgesproken en de vorderingen geen betrekking hadden op een bewezen strafbaar feit. De benadeelden kunnen hun vorderingen nog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis ondertekenden. De officier van justitie maakte tijdens de terechtzitting bekend een afzonderlijke ontnemingsvordering te zullen indienen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van hard en direct bewijs voor oplichting en opzet.