ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ1303

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
31 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/922003-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van Harreveld
  • Donker
  • Vegter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 lid 1 sub a DouanewetArt. 48 lid 1 sub b DouanewetArt. 47 Wetboek van StrafrechtArt. 51 Wetboek van StrafrechtArt. 261 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs antidumpingheffing spaarlampen uit China

De rechtbank Zutphen behandelde een strafzaak tegen verdachte en het bedrijf A betreffende het opzettelijk onjuist doen van douaneaangiften en het overleggen van valse gegevensdragers bij de invoer van spaarlampen uit China in de periode 2001-2004.

De tenlastelegging omvatte het vermelden van onjuiste goederencodes, het overleggen van valse oorsprongscertificaten en het gebruiken van facturen met lagere prijzen dan daadwerkelijk betaald. Verdachte werd verweten hiermee te weinig rechten bij invoer te hebben laten heffen.

Verdachte heeft deze beschuldigingen gemotiveerd weersproken. De rechtbank vond dat de tenlastelegging voldoende duidelijk was, maar dat het bewijs niet wettig en overtuigend was om schuld vast te stellen. Hard en direct bewijs van kwade trouw ontbrak, waardoor verdachte het voordeel van de twijfel kreeg.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 31 oktober 2006.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het opzettelijk onjuist doen van douaneaangiften en het overleggen van valse documenten.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/922003-06
Uitspraak d.d.: 31 oktober 2006
Tegenspraak / dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 juni 2006 en 17 oktober 2006.
De tenlastelegging
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 30 juni 2006 is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
1.
(artikel 48 lid 1 sub a juncto Pro lid 3 Douanewet juncto artikel 47 en Pro artikel
51 Wetboek van Strafrecht)
[bedrijf A], in of omstreeks de periode van 1 februari 2001 tot en met 30 september 2004 dan wel in of omstreeks het/de ja(a)r(en) 2001, 2002, 2003 en 2004 te 's Heerenberg (gemeente Bergh) en/of Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ingevolge wettelijke bepalingen inzake de Douane vereiste aangifte, te weten na te noemen aangifte(n) ten invoer met betrekking tot spaarlampen, opzettelijk onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/of heeft doen doen, terwijl het feit er toe strekte dat te weinig rechten bij invoer werden en/of zouden worden geheven, immers heeft [bedrijf A] op die aangifte(n) ten invoer een onjuiste goederencode voor spaarlampen (juiste GN-code 8539.3190) vermeld en/of doen vermelden, althans een onjuiste goederencode vermeld en/of doen vermelden, (het betreft de navolgende aangiften ten invoer)
- aangifte nr. 24103 van 23 maart 2001, betreffende 5700 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.2290 (1/D.2.1);
- aangifte nr. 24134 van 26 maart 2001, betreffende 1000 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.2290 (1/D.3.1.);
- aangifte nr. 27942 van 2 oktober 2001, betreffende 10.200 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.3192 (1/D.5.1.);
- aangifte nr. 28706 van 6 november 2001, betreffende 21.100 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.2210 (1/D.6.1.);
- aangifte nr. 40684 van 25 mei 2002, betreffende 47.096 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.2290 (1/D.7.1.);
- aangifte nr. 43250 van 22 augustus 2002, betreffende 1000 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.2290 (1/D.8.1.);
- aangifte nr. 43899 van 18 september 2002, betreffende 44.484 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.2290 (1/D.3.1.);
- aangifte nr. 53357 van 1 juli 2003, betreffende 90.250 stuks gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.2290 (1/D.10.1.);
art 48 lid 1 ahf Pro/sub a Douanewet
2.
(artikel 48 lid 1 sub b onder Pro 3 juncto lid 3 Douanewet juncto artikel 47 en Pro
51 Wetboek van Strafrecht)
[bedrijf A], in of omstreeks de periode van 1 februari 2001 tot en met 30 september 2004 dan wel in of omstreeks het/de ja(a)r(en) 2001, 2002, 2003 en 2004 te 's Heerenberg (gemeente Bergh) en/of Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) en/of (elders) in Nederland, tezamen en invereniging, althans alleen meermalen, althans eenmaal, ingevolge wettelijke bepalingen verplicht, inzake de Douanewet, (telkens) opzettelijk valse en/of vervalste gegevensdragers, te weten niet preferentiële oorsprongscertificaten, zoals vermeld op de aan de dagvaarding gehechte lijst, heeft overgegeven en/of heeft doen overgeven en/of voor raadpleging beschikbaar heeft gesteld en/of voor raadpleging beschikbaar heeft doen stellen, terwijl het feit er toe strekte dat te weinig rechten bij invoer werden en/of zouden worden geheven, immers heeft [bedrijf A] een onjuist land van herkomst op de oorsprongscertificaten aangegeven en/of doen aangeven,
art 48 lid 1 ahf Pro/sub a Douanewet
3.
(artikel 48 lid 1 sub b onder Pro 3 juncto lid 3 Douanewet juncto artikel 47 en Pro 51
Wetboek van Strafrecht)
[bedrijf A], in of omstreeks de periode van 1 februari 2001 tot en met 30 september 2004 dan wel in of omstreeks het/de ja(a)r(en) 2001, 2002, 2003 en 2004 te 's Heerenberg en/of Schiphol en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ingevolge wettelijke bepalingen verplicht, inzake de Douanewet, (telkens) opzettelijk valse en/of vervalste gegevensdragers, te weten de facturen:
- Commercial invoice Premier Merchandises IN/1424/01 d.d. 22-03-2001, SC/ 1856/01, inzake Energy Saving Lamps en Halogen Lamps, vanaf Yantian, China, US $ 64.280,-- (1/D.4.2);
- Commercial Invoice Zhejiang Zitic Import & Export Co Lts nummer 203 GX 81182, 190 cartons, 406037, 406120,406019,406017 energy saving lamps, factuurbedrag US $ 11.173,40. (1/D.16.2),
overgegeven en/of heeft doen overgeven en/of voor raadpleging beschikbaar heeft gesteld en/of voor raadpleging beschikbaar heeft doen stellen, terwijl het feit er toe strekte dat te weinig rechten bij invoer werden en/of zouden worden geheven, immers heeft [bedrijf A] facturen met daarop een lagere prijs dan de daadwerkelijk betaalde prijs bij de aangiften ten invoer overgegeven en/of doen overgeven en/of beschikbaar gesteld en/of beschikbaar doen stellen,
art 48 lid 1 ahf Pro/sub a Douanewet
Verweer nietigheid van de dagvaarding
Namens verdachte is aangevoerd dat nietigverklaring van de dagvaarding moet volgen, nu uit de tenlastelegging niet of althans in onvoldoende mate valt op te maken wat verdachte nu exact wordt verweten. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat in de tenlastelegging een onjuiste goederencode is vermeld en dat de term spaarlampen als vermeld in de tenlastelegging verwarring oproept nu onder spaarlampen ook lampen vallen waarover geen antidumpingheffing is verschuldigd. Daarnaast is niet duidelijk of met spaarlampen hetzelfde wordt bedoeld als vermeld als in de EG-Verordening tot instelling van definitieve antidumpingrechten op de invoer van geïntegreerde elektronische compacte fluorescentielampen.
De rechtbank verwerpt dit verweer.
Naar haar oordeel bevat de tenlastelegging geen onjuiste of verwarringwekkende onderdelen en voldoet de omschrijving van de aan verdachte verweten feiten ook overigens aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Ter terechtzitting is van enig misverstand omtrent de strekking en de reikwijdte van het ten laste gelegde dan ook geenszins gebleken.
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
Overwogen wordt in dit verband dat verdachte het ten laste gelegde gemotiveerd heeft weersproken en dat hard en direct bewijs omtrent kwade trouw bij verdachte ontbreekt, hetgeen er toe leidt dat aan verdachte het voordeel van de twijfel toekomt.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Donker en Vegter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Meerdink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2006.